K2 items src 171fc14b49a79ea979710de5b3402b30 976x568

Hof van beroep biedt een zekere fiscale rechtszekerheid met betrekking tot uw appartement aan zee.

21 December 2019
door
Jens Rau

De Tijd kopte op 5 december ll.: “Appartement aan zee toch fiscaal aftrekbaar”. Na lezing van het tussengekomen arrest vanwege de 5de kamer in het Hof van Beroep te Gent dd. 3 december 2019, verdient een en ander evenwel nadere duiding.

De fiscale administratie was van oordeel dat een vennootschap de kosten verbonden aan een appartement aan zee niet in aanmerking kon nemen teneinde haar belastbare basis te drukken. Daarbij is het evenwel van belang te duiden dat het in casu ging om een appartement waarvan de vennootschap volle eigenaar is. Het feit dat het kwestieuze appartement louter en alleen wordt gebruikt door de zaakvoerder van de vennootschap, is aldus het Hof niet relevant.

In haar overwegingen grijpt het Hof terug naar de essentie van artikel 49 WIB, dat stelt dat beroepskosten aftrekbaar zijn wanneer ze dienen om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden.

In haar in concreto beoordeling overweegt het Hof of de operatie voor de vennootschap in wezen geen negatief resultaat zou opleveren. Daarbij is het alvast van belang dat de vennootschap volle eigenaar is van het appartement, hetgeen inhoudt dat los van enig gebruik van dat appartement de gemaakte kosten alvast tegenover een actiefpost komen te staan.

De vennootschap die investeert in een onroerend goed aan zee, verankert als dusdanig actief in het vermogen van de vennootschap en dat op een wijze dat, aldus het Hof, een duurzame belegging uitmaakt. Het Hof verwijst naar een algemene bekendheid en stipuleert dat een appartement aan de Belgische kust een interessant investeringsgoed uitmaakt.

Door aan te nemen dat bij realisatie van het appartement aan de Belgische kust een meerwaarde mag worden verwacht die zal bijdragen tot de belastbare basis inzake de vennootschapsbelasting, oordeelt het Hof dat de daaraan verbonden kosten steeds aftrekbaar zijn met toepassing van artikel 49 WIB. De te verwachten meerwaarde staat uiteraard ook met een terdege onderhoud van uw kustappartement..

Dat in casu een bespottelijk rendement werd gegenereerd omwille van het exclusieve gebruik door de zaakvoerder werd door het Hof van tafel geveegd, net omwille van het feit dat de vennootschap volle eigenaar is van het onroerend goed. Opnieuw verwijst het Hof naar het feit dat investering in vastgoed aan zee moet worden geacht winstgevend te zijn. De meerwaarde die later wordt gerealiseerd, komt immers toe aan de vennootschap en niet aan haar zaakvoerder, zoals het geval zou zijn wanneer deze laatste de naakte eigendom aankoopt, terwijl de vennootschap investeert in het vruchtgebruik. Het Hof merkt terloops op dat de vennootschap het vruchtgebruik theoretisch zou kunnen verkopen met een meerwaarde maar dat in de praktijk het vruchtgebruik eerder zal uitdoven, waardoor de volle eigendom uiteindelijk toekomt aan de zaakvoerder.

De fiscale administratie maakt tegenwoordig gretig gebruik van andersluidende rechtspraak die niet meteen wordt geënt op vastgoedinvesteringen in volle eigendom, om systematisch bijkomende aanslagen te heffen door kosten verbonden aan vastgoed waarin geen activiteiten worden ontplooid te verwerpen. Hopelijk brengt deze hogere en heldere rechtspraak de fiscale administratie op andere ideeën.

Deze website maakt gebruik van cookies

Stel hieronder uw voorkeuren in.

Cookies Policy

`