Designer

Een veroorzaker van een dodelijk verkeersongeval wordt niet noodzakelijk meer strafrechtelijk gestraft

16 October 2026
door
Frédéric Busschaert

Sinds 1 september 2026 geldt een nieuw Strafwetboek, dat belangrijke gevolgen heeft voor de bestraffing van dodelijke verkeersongevallen. Waar vroeger zelfs een lichte fout kon leiden tot een strafrechtelijke veroordeling, zal voortaan enkel een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid nog aanleiding geven tot een veroordeling wegens doding in het verkeer.

Hij/zij die tot voor kort bij een verkeersongeval onopzettelijk de dood van iemand veroorzaakte, werd via de artt. 418 en 419 van het Strafwetboek, die het hadden over het onopzettelijk doden en onopzettelijk toebrengen van lichamelijk letsel, veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en een geldboete van 50,00 euro tot 1.000,00 euro, meer de opdeciemen. Daarnaast konden uiteraard ook een rijverbod en bepaalde examens worden opgelegd.

De lichtste fout van de veroorzaker van een dodelijk verkeersongeval volstond om deze betichting te weerhouden en dienvolgens tot veroordeling te leiden.

Sinds 1 september 2026 is het nieuw strafwetboek in voege. Dit nieuw strafwetboek heeft het in art. 107 over de doding in het verkeer. Met andere woorden wordt door het nieuw strafwetboek de doding in het verkeer als een specifiek misdrijf erkend.

Art. 107 van het nieuw strafwetboek bepaalt:

“Het doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid in het kader van het deelnemen aan het verkeer wordt bestraft met een straf van niveau 3.”

Dit betekent in concreto een gevangenisstraf van meer dan drie tot vijf jaar, en dit naast eventuele geldboetes of bijkomende verkeersstraffen (rijverbod, examens, …).

In zoverre er sprake is van ‘verzwaarde doding in het verkeer’ zal er worden bestraft met een straf van het niveau 4. Dit is bijvoorbeeld het geval bij verkeersinbreuken van de 4de graad, het negeren van een rood verkeerslicht, het manipuleren van een gsm achter het stuur, het voeren van een bepaalde snelheid, dronkenschap, …

Dergelijke inbreuken worden bestraft met een gevangenisstraf van vijf tot tien jaar, naast de andere mogelijke straffen.

Er is dus volgens het strafwetboek enkel sprake van doden in het verkeer wanneer er sprake is van een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid.

Wanneer een veroorzaker van een dodelijk verkeersongeval niet direct een zware fout kan worden verweten, dan zal dat in principe niet strafrechtelijk beteugelbaar zijn, en zal deze ook geen straf kunnen oplopen. Er zal, met andere woorden, geen strafrechtelijke veroordeling volgen voor een veroorzaker van een ongeval dat iedereen had kunnen overkomen, zonder dat er een ernstige fout kan worden vastgesteld. Recent nog ging een vrachtwagenchauffeur strafrechtelijk vrijuit naar aanleiding van een verkeersongeval waarbij een fietser om het leven kwam. De vrachtwagen sloeg rechtsaf naar een zijstraat, en de fietser kwam onder de wielen terecht. De vrachtwagenchauffeur kon blijkbaar geen ernstige fout worden verweten, hooguit een lichte. Het ongeval was enkel te wijten aan een ongelukkige samenloop van ongewilde omstandigheden.

Onder het oude strafwetboek zou die vrachtwagenchauffeur wel zijn gestraft voor het dodelijk verkeersongeval, waarbij de rechtbank eventueel rekening zou hebben gehouden met verzachtende omstandigheden. Het nieuwe strafwetboek laat dergelijke bestraffing niet meer toe.

De rechters zullen een invulling moeten geven aan wat nu exact een ernstige fout is, noodzakelijk voor een veroordeling. Dit is door de wetgever niet gedefinieerd. Elke politierechter zal aan de hand van de concrete omstandigheden van het ongeval over de al dan niet ernst van de fout moeten oordelen en nagaan of het rijgedrag terzake al dan niet overeenstemt met het rijgedrag van een normaal en voorzichtig persoon in dezelfde omstandigheden.

Het voormelde wijzigt uiteraard niets aan het burgerlijk luik van de zaak. Van zodra er sprake is van een fout, zijn de nabestaanden gerechtigd op schadevergoeding. Het nieuwe strafwetboek haalt de ‘banale’ dodelijke verkeersongevallen uit het strafrecht en laat de afhandeling ervan voortaan grotendeels in handen van de betrokken partijen en hun verzekeraars. Bij niet-akkoord zal een burgerlijke rechter uiteindelijk de oplossing moeten bieden.

Dit alles past in de bedoeling van de wetgever om de celstraf voor de rechter als laatste keuzemogelijkheid voor te behouden.

Voor ongevallen die dateren van voor 1 september 2026, zal moeten worden nagegaan welke straf het meest gunstig is; dit onder het ouder strafwetboek dan wel dit onder het nieuw strafwetboek. De kans dat een dodelijk verkeersongeval met een lichte fout leidt tot een vrijspraak, is dan ook reëel.

Frédéric Busschaert

Deze website maakt gebruik van cookies

Bepaal uw voorkeur hier

`