H header image top picks 1 Convert Image

De horeca deeleconomie in coronatijden: een vergiftigd geschenk?

16 mars 2021
door
Loise Waithira

Op 3 maart 2021 verscheen een artikel in De Tijd waarin werd gesteld dat de economische inspectie beslist had dat de sinds de uitbraak het coronavirus immers populaire Deliveroo & Uber Eats zich niet aan ‘oneerlijke handelspraktijken’ bezondigen. Dit was het gevolg van een onderzoek ingeleid door voormalige minister van Middenstand & Zelfstandigen Denis Ducarme nadat een zestigtal restaurants deze deelplatformen hadden aangeklaagd voor de wurgcontracten waarbij 30 tot 35% commissie aan hen wordt gerekend. De vraag reikt zich aan of de beslissing van de economische inspectie gerechtvaardigd is rekening houdend met de recente B2B wetgeving en wat u als onderneming de horeca sector kan doen.

Opdat er sprake van een misbruik van economische afhankelijkheid zou zijn moeten eerst 3 cumulatieve vereisten worden vervuld:

  • Er is een positie van economische afhankelijkheid: dit veronderstelt dat er voor de afhankelijke onderneming geen redelijk alternatief/equivalent alternatief voorhanden is binnen een redelijke termijn en/of onder redelijke voorwaarden en kosten, én dat de dominerende onderneming hierdoor voorwaarden/prestaties oplegt die in normale marktomstandigheden niet zouden gelden.
  • De dominerende onderneming maakt misbruik daarvan
  • Dat misbruik leidt tot een potentiële aantasting van de mededinging op de betrokken Belgische markt, of een wezenlijke onderdeel daarvan

Dergelijk misbruik kan worden gesanctioneerd indien een actuele of potentiële aantasting van de mededinging wordt vastgesteld. De relatie tussen de betrokken partijen is dan immers “gekenmerkt door een onevenwicht dat toelaat dat een onderneming vanwege een economisch afhankelijke onderneming prestaties of voorwaarden kan verkrijgen die in normale marktomstandigheden niet zouden kunnen worden verkregen.” Er dient derhalve een zekere onderworpenheid van economische aard te zijn tussen de afhankelijke en de dominerende onderneming.[2]

Ter illustratie: Deliveroo & Uber Eats zijn deelplatformen met een belangrijke marktaandeel in de markt van maaltijdbezorging. Door de sluiting van de horeca waren de uitbaters genoodzaakt om andere werkbare alternatieven te vinden. Het gebruik van de deelplatformen werd een onafwendbare evidentie aangezien dat de uitbaters zich op een zeer korte termijn moesten heroriënteren om enige rendabiliteit te behouden. De investeringskosten om bijvoorbeeld een eigen leveringsdienst tot stand te brengen zouden tenslotte, in die korte termijn waar de horeca inmiddels aan het bloeden was, nogal onredelijk zijn.

Niettemin hebben Uber Eats & Deliveroo geen voorwaarden/prestaties kunnen afdwingen die zij in normale marktomstandigheden niet verkregen zouden hebben. De normale commissies zijn immers niet gewijzigd sinds de coronacrisis waardoor er niet voldaan is aan de cumulatieve voorwaarden om van een positie van economische afhankelijkheid te spreken. Bijgevolg is er in dit geval sprake van twee dominerende ondernemingen doch kan er geen misbruik van een afhankelijke positie worden gesteld omdat er niet aan de 1e voorwaarde (a) is voldaan.

Het voorgaande betekent echter niet dat de grote maaltijdbezorgdiensten een free pass verworven hebben. In eerste instantie kunnen de mededingingsautoriteiten of de rechtbanken nog steeds een misbruik van een afhankelijke positie vaststellen indien men o.a. tot een onredelijke verhoging van de commissies zou gaan of in geval van contractweigering indien de horeca uitbaters de prijsvoorwaarden niet willen aanvaarden.[3]

De vrijheid van mededinging is en blijft een fundamenteel concept binnen de interne markt. Dit geldt bijgevolg des te meer voor de 3 categorieën van verboden mededingingspraktijken namelijk: het verbod op mededinging beperkende afspraken en gedragingen, het verbod van misbruik van machtspositie en sinds 1 juni 2020 het verbod om economische afhankelijkheid te misbruiken conform art. IV.2/1 WER. Dit laatste verbod is een uiting van de groeiende nood om niet enkel de horizontale, maar tevens de verticale relaties tussen ondernemingen (vooral KMO’s tegenover kleine niche spelers en/of grote spelers) te beschermen.[1]

“Als restauranthouder is het bij deze geboden om voet bij stuk te houden bij onderhandelingen van overeenkomsten met grootschalige leveringsdiensten.”

Daarnaast is het niet uitgesloten dat ze hun machtpositie zouden misbruiken. Hiervoor is de drempel echter hoog gelet op het feit dat er moet worden aangetoond dat de maaltijdbezorgdiensten absolute macht hebben in de betrokken markt. Bovendien dienen zij een abnormale of ongebruikelijke gedrag te vertonen dat een impact heeft op de bestaande mededinging.[4]

Ten slotte geldt het verbod om daden te stellen die strijdig zijn met eerlijke marktpraktijken in de B2B context, en in het bijzonder agressieve marktpraktijken conform artikel VI.109/1 WER. Dit zal onder meer het geval zijn indien Deliveroo & Uber Eats zodanige druk zouden uitoefenen om onredelijke prijsvoorwaarden te aanvaarden waardoor de vrijheid van horeca uitbaters om maaltijden te leveren wordt beperkt.

Het is ongetwijfeld dat de deeleconomie enorm bijdraagt aan onze economie, en in het bijzonder aan de efficiëntie voor de levering van diensten zoals maaltijdbezorging. Het OECD waarschuwt evenwel voor (nieuwe) vormen van misbruik door digitale platformen zoals de uitbuiting van afhankelijke ondernemers.[5] In die zin is het tevens mogelijk dat de Europese Commissie in de toekomst optreedt zoals in het geval van Amazon[6]

wanneer er een verstoring zou zijn van de Europese interne markt.

Als restauranthouder is het bij deze geboden om voet bij stuk te houden bij onderhandelingen van overeenkomsten met grootschalige leveringsdiensten. Daarenboven zijn er intussen andere alternatieven (bv. Click&collect op eigen websites) bijgekomen die minder veeleisend zijn. Natuurlijk leidt dit tot meer vraagtekens over de eerlijkheid van de concurrentie: In het digitale tijdperk willen we tenslotte een ruim aanbod dat snel en eenvoudig te verkrijgen is. De gemiddelde consument zal derhalve eerder geneigd zijn om bij wijze van een paar muisklikken op een deelplatform te bestellen dan om op de website van een specifieke restaurant te gaan zoeken. Verder rijst de vraag in welke mate de vrijheid van de restauranthouders nog beperkt wordt indien er ondertussen andere, redelijke alternatieven zijn om vooralsnog te spreken van het misbruik van een afhankelijke positie. Of de coronacrisis in combinatie met de horeca deelplatformen een vergiftigde geschenk zijn laten wij aan u over. Het blijft wel absoluut noodzakelijk dat ondernemingen in de horeca sector de flexibiliteit behouden om zich regelmatig te heroriënteren en om te innoveren.


[1]
Parl.St. Kamer 2019-19, nr. 54-1451/5, 20; Hand. Kamer 2018-19, 14 maart 2019, p. 41.

[2] I. CLAEYS & T. TANGHE, “De b2b-wet van 4 april 2019: bescherming van ondernemingen tegen onrechtmatige bedingen, misbruik van economische afhankelijkheid en oneerlijke marktpraktijken (Deel 2)”, RW 2019-20, 323, §§9 en 10.

[3] Idem., §§13 en 14.

[4] Idem., §12.

[5] OECD, 2020, Abuse of dominance in digital markets, www.oecd.org/daf/competition/abuse-of-dominance-in-digital-markets-2020.pdf, 53.

[6] European Commission Press Release, 17 July 2019: Antitrust: Commission opens investigation into possible anti-competitive conduct of Amazon, https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/IP_19_4291.

Ce site web utilise des cookies

Bepaal uw voorkeur hier

Cookies Policy

`