E-NEWS

Vergoeding voor het verlies van een kans ?

26 april 2018

Sinds een cassatiearrest van 14 december 2017 mag een schadelijder die er zich toe beperkt heeft om in een gerechtelijke procedure vergoeding van de geleden schade te vorderen, maar daarin wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs, erop hopen dat hem een (weliswaar lagere) vergoeding wordt toegekend voor het verlies van een kans.

Onder verlies van een kans wordt begrepen een verlies van de mogelijkheid om een welbepaald voordeel te verwerven of te behouden, of een welbepaald nadeel te vermijden.

Talrijke betwistingen hebben reeds aanleiding gegeven tot vorderingen tot vergoeding van een verlies van een kans, zoals het verlies van een kans op toewijzing van een overheidsopdracht ingevolge onrechtmatige toewijzing aan een derde, het verlies van een kans op een gunstigere stedenbouwkundige bestemming van een perceel, het verlies van een kans op een gunstige afloop van een gerechtelijke procedure of fiscale betwisting, het verlies van genezings- of overlevingskansen, het verlies van de kans op een langere levensduur, het verlies van de kans op een promotie of tewerkstelling, etc.

Verlies van een kans is vergoedbare schade

Indien het verlies van een kans is veroorzaakt door een fout, kan een vergoeding geëist worden vanwege de aansprakelijke partij. Het moet uiteraard gaan om een reële kans. Het bestaan van de kans vereist geen zekerheid op het verwerven van het verhoopte resultaat.

Enkel de economische waarde van de verloren gegane kans komt voor vergoeding in aanmerking. Die waarde kan niet bestaan uit het volledige bedrag van het geleden nadeel of verloren voordeel.

Wil men integrale vergoeding voor de geleden schade bekomen, dan zal de schadelijder moeten aantonen dat de geleden schade niet zou zijn ontstaan zonder de fout. In sommige gevallen is het niet mogelijk om afdoende dat oorzakelijk verband te bewijzen, en spreekt men eerder van een verlies van een kans.

Wat als men géén vergoeding voor verlies van een kans heeft gevraagd ?

Bij twijfel over het oorzakelijk verband tussen fout en schade diende de schadelijder niet enkel vergoeding te eisen voor de werkelijk door hem geleden schade, maar diende hij ook, om aanspraak te kunnen maken op een vergoeding op grond van het verlies van een kans, een vergoeding te vragen voor dat verlies.

Dit heeft alles te maken met het feit dat een rechter het voorwerp van de vordering van een partij niet kan wijzigen. Partijen beslissen zelf welk geschil zij voorleggen aan de rechter en de rechter is verplicht zich te houden aan de grenzen van het geschil zoals partijen dit zelf voorleggen.

In een arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen werd om die reden geoordeeld dat vermits de schadelijder enkel vergoeding eiste van de werkelijk geleden schade en het oorzakelijk verband tussen fout en schade volgens het Hof onvoldoende was bewezen, het Hof niet (ambtshalve) kon oordelen over de vraag of die schadelijder een vergoeding zou kunnen krijgen voor het verlies van een kans.

Tegen dit arrest werd cassatieberoep ingesteld. Het Hof van Cassatie oordeelt thans, in een princiepsarrest, dat een rechter toch, alhoewel niet gevraagd, kan oordelen of de schadelijder aanspraak zou kunnen maken op een vergoeding voor het verlies van een kans. Dit betekent volgens het Hof niet dat de rechter daarmee buiten de grenzen van het geschil dat is voorgelegd, zou gaan.

Dit arrest leidt ertoe dat de schadelijder die er zich toe beperkt heeft (enkel) integrale vergoeding van de gelden schade te vorderen, er in de toekomst mag op hopen dat, bij afwijzing van die vordering, hij toch nog een vergoeding bekomt voor het door de rechter opgeworpen verlies van een kans. Het is wel zo dat in alle omstandigheden het recht op verdediging moet worden geëerbiedigd.

Als schadelijder komt het erop neer, wanneer gepast, steeds ook een vergoeding te eisen voor het verlies van een kans. Als verweerder moet u erop voorzien zijn dat de rechter dat aspect ook ontmoet en beoordeelt.

Benoit Beele