E-NEWS

Bedrog bij overname aandelen / activa. Wie draagt het risico van forse waardedalingen na nietigverklaring van de overeenkomst ?

3 mei 2017

In een recent arrest verduidelijkt het Hof van Cassatie de gevolgen van een retroactieve vernietiging van een overeenkomst tot overdracht van aandelen. In beginsel draagt de verkoper de risico’s van een waardestijging of –daling van de aandelen die moeten worden teruggegeven, tenzij het verschil in waarde toe te schrijven is aan de koper.

In 2003 werden de aandelen in twee vennootschappen die aandelenportefeuilles beheerden, verkocht. Beide overeenkomsten tot overdracht werden door de rechtbank nietig verklaard, hetgeen inhoudt dat de vorige toestand moet worden hersteld.

De teruggave van de aandelen leidde evenwel tot discussie. In het ene geval was de teruggave nog mogelijk, maar waren de aandelen door de financiële crisis fors in waarde gedaald. In het andere geval was de teruggave niet meer mogelijk omdat de overgedragen vennootschap ondertussen was vereffend…

Het Hof van Cassatie boog zich over deze problematiek in een arrest van 13 januari 2017. Dit arrest is eveneens relevant voor andere types van overeenkomsten die zouden worden nietig verklaard, zoals b.v. vastgoedtransacties, waarbij de waarde van het vastgoed ondertussen zou zijn gedaald of gestegen.

Teruggave is mogelijk

Het Hof oordeelt vooreerst dat, indien de aandelen op het ogenblik van de (rechterlijke) nietigverklaring van de verkoopovereenkomst nog in het vermogen van de koper aanwezig zijn, deze aandelen (in natura) aan de verkoper moeten worden teruggegeven. De verkoper moet de ontvangen overnameprijs terugbetalen aan de koper.

De verkoper wordt geacht de eigenaar te zijn gebleven en draagt bijgevolg – in beginsel – de risico’s van een economische waardestijging of –daling.

De forse waardeverandering is geen reden om een herstel bij equivalent, nl. middels betaling van een vergoeding, uit te spreken.

Teruggave is niet meer mogelijk

Indien teruggave niet meer mogelijk is, b.v. door de vereffening van de overgedragen vennootschap tussen datum van verkoop van de aandelen en datum van nietigverklaring, gebeurt de teruggave bij equivalent, nl. middels betaling van een vergoeding.

De vergoeding die moet worden betaald, is, aldus het Hof, gelijk aan de waarde die de goederen, in de toestand waarin zij werden ontvangen, zouden hebben gehad op het ogenblik van de begroting van de vergoeding. M.a.w. ook hier draagt de verkoper – in beginsel – de risico’s van economische waardestijgingen of –dalingen.

In deze hypothese is de vergoeding derhalve niet noodzakelijk gelijk aan de overnameprijs. Er moet immers ook rekening gehouden worden met de waardeveranderingen sinds de datum van overdracht, zonder na te gaan of deze toe te schrijven zijn aan de koper. De verkoper zou zo ook zelfs kunnen genieten van het voordeel van een waardestijging.

Min- of meerwaarde door toedoen van de koper

Uit het arrest van het Hof van Cassatie volgt dat de waardedaling of –stijging sinds het sluiten van de vernietigde verkoopovereenkomst voor rekening is van de verkoper.

Maar het Hof laat wel nog de mogelijkheid open om waardeverschillen voor rekening van de koper te laten, meer bepaald als het verschil in waarde aan de koper toe te schrijven is. Kopers kunnen derhalve alsnog een vergoeding bekomen voor bepaalde inspanningen, wanneer deze hebben bijgedragen tot een waardestijging. Omgekeerd, wanneer handelingen van de koper de waarde hebben benadeeld, zal dit worden aangerekend en zal hij slechts een lagere vergoeding bekomen.

Meer dan ooit is de vraag tot nietigverklaring van een overeenkomst en de vraag tot herstel in de oorspronkelijke toestand een feitenkwestie, waarbij zowel de houding van de verkoper als deze van de koper tegen het licht wordt gehouden. Het is zelden een eenduidig verhaal. Alle elementen kunnen in het debat worden gebracht.

Benoit Beele