Prime Advice for Excellent Performance.

E-News

24 oktober 2018

Op naar de verplichte aansprakelijkheidsverzekering in de bouw : stand van zaken

Inmiddels hebben wellicht de meeste onder u al gehoord over de Wet Peeters, of de Wet van 31 mei 2017 inzake de verplichte 10-jarige aansprakelijkheidsverzekering aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector.

We recapituleren nog even kort de inhoud van voormelde wetgeving:

  • wat: verplichting tot het afsluiten van een aansprakelijkheidsverzekering die de tienjarige aansprakelijkheid dekt.
  • wie: aannemer, architect en andere dienstverleners (zoals een studiebureau).
  • welke werken: werken betreffende de soliditeit, stabiliteit en de waterdichtheid van de gesloten ruwbouw.
  • In de toelichting van de wet van 30 juli 2018 houdende diverse bepalingen inzake Economie (zie infra) wordt verduidelijkt dat gesloten ruwbouw betrekking heeft op het volgende:
    • op de dragende elementen die de stabiliteit of de stevigheid van de woning uitmaken (funderingen en dragende structuur);
    • alsook op de elementen die de woning wind- en waterdicht maken (buitenschrijnwerk en dak).
  • Dekking: minstens waarde van wederopbouw; uitgezonderd wanneer de waarde van wederopbouw het bedrag van 500.000 euro overstijgt (in dat geval dus minimaal 500.000 euro).
  • Bewijs van het voldoen aan de verzekeringsplicht:
    • Verzekeraars bezorgen jaarlijks aan de Orde van Architecten een lijst en zijn verplicht de Orde van Architecten op de hoogte te houden bij schorsing of einde contract;
    • Aannemers en andere dienstverleners: bezorgen voor aanvang van de werkzaamheden het attest aan de bouwheer alsook aan de architect.
  • Controle:
    • Architecten via de Orde van Architecten (zie supra);
    • Aannemers en andere dienstverleners: controle door architect (voorheen ook door de kredietgever van het onroerend werk, alsook de RSZ; zie infra);
    • Inspectiediensten, waarvan de werking evenwel nog door een uitvoerend besluit bepaald moeten worden.
  • Valkuilen:
    • Enkel inzake woningbouw, doch gemengd gebruik toegelaten;
    • Geen dekking voor technieken en werken die de afwerking van de woning betreffen;
    • Enkel voor wat betreft de verborgen gebreken die de tienjarige aansprakelijkheid overeenkomstig artikelen 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek raakt. Dus niet:
      • Zichtbare gebreken bij voorlopige oplevering of schade of die rechtstreeks volgt uit fouten, gebreken of wanprestaties door hem gekend op het moment van voormelde oplevering;
      • Lichte verborgen gebreken;
    • Geen verplichting om voor volledige waarde wederopbouw te verzekeren boven een waarde van 500.000 euro (kan problematisch zijn bij appartementsbouw);
    • Schade onder het bedrag van 2.500 euro wordt niet gedekt;
    • Schade die ontstaat uit blootstelling aan wettelijk verboden producten niet gedekt (bijvoorbeeld asbest).

In principe trad deze wetgeving op 1 juli 2018 in werking, doch in de praktijk blijft bepaalde regelgeving dode letter zolang er geen uitvoerend besluit wordt afgekondigd. Ondertussen werd een stap gezet naar dit uitvoerend besluit door de wet van 30 juli 2018 houdende diverse bepalingen inzake Economie, die op 15 september 2018 in werking is getreden. Daarin worden alvast volgende zaken geregeld:

  • De belangrijkste nieuwigheid is dat er register of databank in het leven wordt geroepen. Deze databank dient alle verzekeringsattesten te bevatten, die eenvoudig raadpleegbaar zal zijn voor de hiervoor gemachtigde personen. De werking en verdere uitvoering van deze databank zal evenwel nog in een later stadium worden bepaald in een uitvoeringsbesluit. Immers dient bijzondere aandacht te worden besteed aan de bescherming van de persoonsgegevens, zodat thans om advies werd verzocht aan de Gegevensbeschermingautoriteit. In ieder geval wordt Assuralia (vereniging van verzekeraars) aangeduid als verwerkingsverantwoordelijke van de databank.
  • Tevens wordt thans bepaald wat het verzekeringsattest precies moet vermelden (22 items).
  • Inzake controle van de naleving van de verzekeringsplicht werd een en ander gewijzigd.
    • Waar voorheen werd bepaald dat het verzekeringsattest door de aannemer of andere dienstverlener aan de RSZ moet worden bezorgd, is thans niet langer het geval. De overheid (waaronder de RSZ) is thans in bepaalde gevallen gemachtigd de databank te raadplegen.
    • De kredietgever van het onroerend werk is evenmin nog verplicht tot controle van het verzekeringsattest. Immers zijn zij onvoldoende technisch onderlegd om na te gaan welke werken verplicht verzekerd moeten worden.
    • Bijkomend wordt wel aan de notaris de verplichting opgelegd om het bestaan van het verzekeringsattest na te gaan bij overdracht van het desbetreffende onroerend goed binnen de tien jaar ná voorlopige oplevering.
  • De wet Peeters voorzag reeds in de oprichting van een tariferingsbureau voor de gevallen waarin de betrokken aannemers, dan wel andere dienstverleners onder toepassing van de wet, geen verzekeraar vinden. Sedert 15 september 2018 wordt aan het bureau tevens de mogelijkheid geboden om voorwaarden op te leggen ter beperking van het risico dat de verzekeringnemer vertoont.

Conclusie: de bouwstenen van een verplichte verzekering in de bouw (naar analogie met buitenlandse voorbeelden) zijn met de Wet Peeters-Borsus gelegd en dat is op zich een goede zaak. De concrete uitwerking van een deel van de wet laat evenwel voorlopig op zich wachten. Bovendien is het toepassingsgebied van de wetgeving beperkt. De consument die zou verwachten dat zijn bouwpartners thans voor alle schade en gebreken verzekerd zijn, komt dan ook bedrogen uit.

Kimberly Masure

Recent nieuws