Prime Advice for Excellent Performance.

E-News

24 februari 2018

Fiscaal visitatierecht is niet ongrondwettelijk

Het fiscaal visitatierecht is slechts één van de onderzoeksbevoegdheden waarover de administratie van de directe belastingen en de btw-administratie beschikken maar zonder twijfel de meest vergaande en meest besproken maatregel. Naar aanleiding van een prejudiciële vraag vanwege de Rechtbank van Eerste Aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent kreeg het Grondwettelijk Hof de mogelijkheid om zich uit te spreken over in hoeverre het fiscaal visitatierecht verzoenbaar is met het recht op eerbiediging van de woning en het privéleven.

Kort gesteld betekent het fiscaal visitatierecht dat elke natuurlijke persoon en elke rechtspersoon aan de administratie vrije toegang moet verlenen tot de lokalen waarvan zij het genot- en/of het gebruiksrecht hebben en waar (vermoedelijk) werkzaamheden worden verricht. Het fiscaal visitatierecht heeft zodoende in de eerste plaats - doch niet limitatief - betrekking op de beroepslokalen zoals kantoren, fabrieken, werkplaatsen, werkhuizen, magazijnen, bergplaats, garages en de terreinen die daartoe kunnen dienen. De verplichting om de fiscale administratie (lees: directe belastingen en btw) toegang te verlenen tot de beroepslokalen speelt enkel tijdens de uren dat er daadwerkelijk werkzaamheden worden uitgevoerd zonder dat dit beperkend wordt geïnterpreteerd. Bijwerken van de boekhouding na de kantooruren wordt aanzien als een beroepswerkzaamheid zodat ook dan toegang moet worden verleend.
De fiscale ambtenaren mogen daarnaast ook de toegang eisen tot particuliere woningen of bewoonde lokalen in zoverre daar werkzaamheden worden verricht of zelfs wanneer men daartoe een vermoeden heeft. Evenwel kan de fiscale administratie haar visitatierecht in voorkomend geval niet uitoefenen zonder eerst machtiging te hebben verkregen vanwege de bevoegde Politierechter. In de marge moet evenwel worden opgemerkt dat de Politierechter quasi steeds tegemoetkomt aan het eenzijdig verzoek van de fiscus die alsdan tussen vijf uur ’s morgens en negen uur ‘s avonds de vrije toegang tot uw woning kan eisen.
De visiterende ambtenaar moet minstens de graad van inspecteur hebben en in het bezit zijn van een aanstellingsbrief. Er is reeds geoordeeld dat wanneer een ambtenaar niet voorzien is van een aanstellingsbrief maar de belastingplichtige toch uitdrukkelijk instemt met de visitatie, de toegang niet onrechtmatig is. Toegang verlenen zonder de voorlegging van het aanstellingsbewijs te eisen en zonder dat de kwestieuze ambtenaar het aanstellingsbewijs uit eigen beweging heeft voorgelegd, heeft niet tot gevolg dat de visitatie onregelmatig is. Een gewaarschuwde belastingplichtige…

Het Grondwettelijk Hof lijnt met haar arrest wel nog even duidelijk de grenzen van het fiscaal visitatierecht af. Met verwijzing naar de parlementaire stukken daterende uit de jaren 60 en 70 stipt het Grondwettelijk Hof aan dat het fiscaal visitatierecht in geen geval een recht tot huiszoeking inhoudt. Dientengevolge komt het de bevoegde fiscale ambtenaren niet toe zich met dwang de toegang tot de beroepslokalen te verschaffen wanneer de nochtans verplichte medewerking niet wordt verleend.
U kunt aldus de toegang weigeren en zodoende verhinderen dat de visitatie kan plaatsvinden. Evenwel betekent het weigeren mee te werken dat de fiscus u een administratieve geldboete kan opleggen of wanneer er bedrieglijk opzet in het spel is u zich blootstelt aan strafrechtelijke sancties. Bovendien mag de fiscus, wanneer u hem de toegang weigert, een ambtshalve aanslag vestigen hetgeen betekent dat zij naar eigen godsvrucht en vermogen gaat taxeren zonder dat één en ander op willekeur mag berusten.

Naast de vrij toegang eisen hebben de fiscale ambtenaren ook de mogelijkheid om tijdens het uitoefenen van hun toegangsrecht alle boeken en bescheiden te onderzoeken die zich in de beroepslokalen bevinden. Ingevolge het cassatiearrest van 16 december 2003 heeft de fiscale administratie het recht om alle boeken en stukken die zij aantreffen te onderzoeken zonder voorafgaandelijk om de voorlegging van die stukken te moeten verzoeken. Ook computerinfrastructuur kan in het kader van het visitatierecht worden onderzocht. De fiscale controleur kan zich dienaangaande laten bijstaan door gespecialiseerde ambtenaren. Zoals met het visitatierecht an sich laat de wet evenwel niet toe dat de ambtenaren de inzage in deze stukken gaan afdwingen indien u zich daartegen verzet. Opnieuw komen dan wel de administratieve geldboete of strafrechtelijke sancties en een ambtshalve taxatie in het vizier.

Het Grondwettelijk Hof besluit dat de bevoegde fiscale ambtenaren in het kader van de fiscale visitatie niet over een algemeen, onvoorwaardelijk en onbeperkt recht van vrije toegang tot de beroepslokalen beschikken. In haar arrest onderlijnt het Grondwettelijk Hof meteen nog even dat de belastingplichtige door de fiscale visitatie niet mag worden belemmerd in zijn beroepsactiviteit en evenmin ertoe kan worden gedwongen zijn beroepsgeheim te schenden. Zich beroepen op het beroepsgeheim is dan weer niet bevrijdend wanneer dit louter tot doel strekt om een fiscale controle te ontwijken.
Naast het aanstippen dat het fiscaal visitatierecht de ambtenaren in kwestie geen algemeen, onvoorwaardelijk en onbeperkt recht tot vrije toegang verleent, noch neerkomt op een recht tot huiszoeking, bevestigt het Grondwettelijk Hof ook dat deze onderzoeksbevoegdheid doelgebonden is. Terwijl er geen sprake van een vermoeden van fiscale fraude dient te zijn om een fiscale visitatie te verantwoorden, kan deze fiscale onderzoeksmaatregel enkel worden uitgeoefend met het oog op het vaststellen van de regelmatigheid van de belastingaangifte in de inkomstenbelastingen of in de btw. De fiscale administratie beschikt aldus niet over een gerechtelijke opsporingsbevoegdheid. Nemen zij tijdens hun visitatie evenwel kennis van feiten waarmee de belastingplichtige zich aan een strafrechtelijke vervolging kan blootstellen, spelen zij dit wel door naar het Parket die alsdan eventueel tot vervolging kan overgaan.
Het duidelijk aflijnen van de bevoegdheid van de fiscale administratie in het kader van haar visitatierecht, is uitermate belangrijk omwille van het feit dat de overschrijding van deze bevoegdheden neerkomt op machtsafwending of machtsoverschrijding. In dat geval kan de Rechtbank van Eerste Aanleg die naderhand kan worden gevat met het oog op een controle naar de regelmatigheid van een fiscale visitatie en het verkregen bewijs besluiten tot de nietigheid van deze visitatie, het daaruit voortvloeiende bewijs en vooral de daarop geënte aanslag.

Alhoewel het Grondwettelijk Hof niet tot de on-grondwettelijkheid van het fiscale visitatierecht besluit, beklemtoont zij wel de grenzen van deze fiscale onderzoeksbevoegdheid. Deze is zonder meer ruim edoch geenszins algemeen, onvoorwaardelijk en laat staan onbeperkt.

Jens Rau

Recent nieuws