Prime Advice for Excellent Performance.

E-News

3 september 2017

Modernisering van het erfrecht: “Van erfenis op maat tot familieverbond”

Opzet van de nieuwe wet

De Kamer keurde op 20 juli 2017 een wijziging van het Burgerlijk Wetboek goed m.b.t. erfenissen en giften en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake. Deze hervorming van het Belgische erfrecht maakt onderdeel uit van een grondige vernieuwing van ons Burgerlijk Wetboek, dat reeds dateert van 1804, waar de nadruk lag op de klassieke gezinsvorm, maar nog steeds ons leven als burger op juridisch vlak regelt van geboorte tot overlijden.

De nieuwe wet is gestoeld op een viertal principes met betrekking tot de hervorming van het erfrecht, doch deze drastische wijziging gaat eveneens hand in hand met een fiscale regularisatie, met het oog op een meer billijke erfbelasting.

De nieuwe wet wil rekening houden met de evolutie van de maatschappij en met een veelheid aan nieuwe gezinsstructuren, naast het traditionele gezin. Het is de bedoeling nieuwe evenwichten te zoeken en tegelijk de belangen van alle betrokken partijen met elkaar te verzoenen.

Nopens de fiscale regularisatie – waar wij thans niet dieper op ingaan – blijkt uit de parlementaire voorbereidingen dat men de mening toegedaan is dat een tariefverlaging de beste aanpak zou zijn om ontwijkgedrag van de Belgische erflater, waar men op heden nog steeds blijft op stoten, tegen te gaan.

Krachtlijnen van de nieuwe wet

De hervorming voorziet er vooral in om het beschikkingsrecht van de erflater uit te breiden, een wettelijk gewaarborgde familiale solidariteit te behouden, de regels omtrent de waardering van schenkingen in de toekomst te vereenvoudigen en te uniformiseren en een reserve in natura te vervangen door een reserve in waarde.

Concreet lijsten wij enkele hoofdpunten uit deze nieuwe wet op:

  • Men voorziet in de afschaffing van de ascendentenreserve. Zo zou het voorbehouden erfdeel van de ouders vervangen worden door een onderhoudsvordering in geval van behoeftigheid.
  • Er komt een vast voorbehouden erfdeel (de helft van het vermogen van de erflater) voor alle bloedverwanten in rechte lijn, ongeacht met hoeveel ze zijn. Tot voor deze wet was het zo dat de reserve en het beschikbaar gedeelte afhankelijk waren van het aantal afstammelingen/kinderen.

Om de erflater meer ruimte voor autonomie te geven, zal men nu de reservataire rechten van alle kinderen samen vaststellen op de helft van het vermogen van de erflater, met andere woorden ongeacht het aantal kinderen. Dit zal de “hedendaagse” erflater de vrijheid geven om ten volle rekening te houden met de evolutie van de gezinsstructuren en hem de mogelijkheidbieden om rekening te houden met de eigenheid van zijn gezinssituatie en met zijn eigen voorkeuren en persoonlijke interesses.

Concreet houdt dit in dat het beschikbaar gedeelte van het vermogen van de erflater telkens datgene zal bedragen als zou er onder huidige regelgeving sprake zijn van slechts één kind.

  • Een andere belangrijke innovatie van de hervorming ligt in het feit dat het principe van de inbreng en van de inkorting in waarde eerder dan in natura veralgemeend en verplicht gesteld wordt, waardoor de begunstigde van de schenking voortaan enkel de waarde van de schenking moet vergoeden aan de nalatenschap, maar het geschonken goed wel mag blijven behouden. In het geval dat de waarde van de schenking of het legaat aan een reservataire erfgenaam groter is dan het deel van laatstgenoemde, zal die erfgenaam er bijgevolg toe gehouden zijn een schuld te voldoen ten belope van een waarde die overeenstemt met dat surplus, maar zal hij het goed in kwestie mogen behouden. Zo ook dient de wettelijke erfgenaam die van de erflater een gift onder de levenden of bij testament heeft gekregen, zowel de onroerende als de roerende giften in waarde in te brengen.
  • Wat betreft de reserve van de langstlevende echtgenoot is de kogel althans nog niet door de kerk. Er wordt namelijk volop onderhandeld over een aanpassing van het huwelijksvermogensrecht. Er zou thans sprake zijn dat de langstlevende echtgenoot niet langer de inkorting kan vragen van de schenkingen die door de erflater gedaan zijn op een tijdstip waarop de echtgenoot die hoedanigheid niet had, hetgeen onrechtstreeks kan leiden tot een inperking van het voorbehouden erfdeel van laatstgenoemde.
  • Tot slot voorziet de hervorming in een belangrijke versoepeling van de regels inzake overeenkomsten over niet-opengevallen nalatenschappen. Tot op heden was het op voorhand maken van een erfovereenkomst uit den boze. Nu zou dit wel mogelijk moeten worden. Men zou dan zelfs een allesomvattende deal kunnen sluiten over hun erfenis als ouders, met als absolute voorwaarde dat alle erfgenamen/kinderen hierbij betrokken worden en in de overeenkomst voor akkoord tekenen. Net gelet op het bindend en definitief karakter van dergelijke overeenkomsten, leert ervaring ons dat men alsnog voorzichtig zal moeten omgaan met deze “familiepacten”, temeer gelet op de blijvende evolutie van nieuw samengestelde gezinnen.

Advies Raad van State

De Raad van State merkte onder meer op dat de regeling die van toepassing is op de erfenissen en de giften niet los kan worden gezien van de wetgeving met betrekking tot de huwelijksvermogensstelsels, inzonderheid wat betreft de gevolgen van het overlijden van een van de echtgenoten op de vermogenstoestand van de langstlevende echtgenoot en van diens wettelijke erfgena(a)m(en) (te weten, volgens het voorliggende wetsvoorstel, diens bloedverwanten in nederdalende lijn).

De werkgroep die deze nieuwe wet heeft uitgewerkt, is eveneens parallel daarmee bewerkstelligd om een wetgevend initiatief met betrekking tot de huwelijksvermogensstelsels voor te bereiden. De Raad van State adviseert dan ook over te gaan tot een enkel wetsvoorstel om zowel het luik van het huwelijksvermogensrecht, als dat van het erfrecht te hervormen.

Enkele bedenkingen

  • Vanuit juridisch oogpunt moet men bekijken in welke mate dergelijke keuze van een erflater/ouder ten opzichte van zijn (stief)kinderen zou kunnen bekritiseerd worden conform het gelijkheids- en niet-discriminatiebeginsel tussen de kinderen en de derden die schenkingen of legaten ontvangen die uit het beschikbaar gedeelte komen (of de kinderen die giften buiten erfdeel gekregen hebben), waarmee men toch rekening dient te houden bij het drastisch wijzigen van de erfrechten van de kinderen. Er dient in de eerste plaats opgemerkt te worden dat een eventueel verschil in behandeling tussen de kinderen van een erflater niet het gevolg zou zijn van de wet maar wel van de concrete toepassing ervan door de beschikker krachtens de wilsautonomie waarover hij of zij beschikt.
  • De mogelijkheid om overeenkomsten over diens erfvermogen te sluiten tijdens het leven, lijkt een rooskleurige situatie weer te geven waarbij het gehele (eventueel nieuw samengestelde) gezin rond de tafel zit en de erfenis in een overeenkomst tracht te gieten. Dit sluit dan wel een juridische strijd over de erfenis uit, doch ze garandeert niet noodzakelijk dat er geen dispuut ontstaat tijdens het leven van de toekomstige erflater. Verder bestaat de vrees dat erfgenamen/kinderen onder druk zouden gezet worden, om zaken te ondertekenen teneinde de familiale harmonie in stand te houden.

Isabelle Geselle

Recent nieuws