Prime Advice for Excellent Performance.

E-News

8 augustus 2013

Aangetekende ingebrekestelling door advocaat stuit de verjaring van uw vordering

Reeds in 2010 werd  in de Senaat een wetsvoorstel ingediend teneinde aan de ingebrekestellingsbrief van de advocaat een verjaringsstuitende werking te verlenen. Nadat dit voorstel door de Senaat en Kamer werd goedgekeurd, werd de wet op 23 mei 2013 afgekondigd, waarna ze op 1 juli 2013 in het Belgisch staatsblad werd gepubliceerd.

Het wetsvoorstel kadert nog maar eens in de aanhoudende bezorgdheid betreffende de overbelasting van het gerechtelijk apparaat. Heel wat vorderingen worden immers ingesteld om de verjaring ervan te vermijden, aangezien krachtens artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek de dagvaarding stuitende werking heeft.

Deze werkwijze heeft evident een aantal financiële nadelen, aangezien de schuldeiser die louter tot doel heeft zijn aanspraken te vrijwaren, de kosten van dagvaarding en oprolstelling zal moeten dragen. Dit terwijl de schuldeiser in kwestie niet steeds een rechterlijke beslissing beoogt, omdat er bijvoorbeeld nog steeds kans bestaat op een minnelijke oplossing.

Aan die nadelen heeft de wetgever thans willen tegemoetkomen door een alternatieve oplossing voor het probleem te zoeken. Aanvankelijk kwamen de wetgevende instanties terecht bij de advocaat. Door aan diens ingebrekestelling een verjaringsstuitende werking te verlenen onder bepaalde en strikte voorwaarden, konden de nadelen van huidig systeem worden vermeden. Bovendien biedt de persoon van de advocaat een aantal garanties tegen misbruik. Zo kent hij het recht en de procedure, krijgt hij het vertrouwen van de cliënt, is hij geloofwaardig t.a.v. de magistratuur en wordt  hij geacht te zijn gebonden door de deontologische regels die hem worden opgelegd. Nadien werd het personele toepassingsgebied uitgebreid tot ingebrekestellingen verzonden door gerechtsdeurwaarders én de personen die krachtens artikel 728, §3 van het Gerechtelijk Wetboek in rechte mogen verschijnen, zijnde o.a. vakbonden en OCMW’s.

Het voorstel wordt geconcretiseerd door artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek aan te vullen met een tweede paragraaf waarin ook de voorwaarden voor de stuitende werking door een ingebrekestellingsbrief worden bepaald.

Ten eerste moet het gaan om een ingebrekestelling bij aangetekende zending met ontvangstbewijs naar de schuldenaar met woonplaats, verblijfplaats of maatschappelijke zetel in België. De juiste gegevens worden door de advocaat van de schuldeiser, de gerechtsdeurwaarder of de personen als bedoeld in artikel 728 §3 Ger. W. gecontroleerd aan de hand van een administratief document van minder dan een maand oud.

Ten tweede moet de ingebrekestellingsbrief een aantal vermeldingen bevatten, waaronder de gegevens van de schuldeiser en schuldenaar, de aard van de verbintenissen die de schuld deden ontstaan, de eventuele bedragen die worden gevorderd met bijhorende verantwoording, de stuitende werking van de ingebrekestelling, …

Wanneer aan voorgaande voorwaarden wordt voldaan, wordt de verjaringstermijn gestuit en gaat een nieuwe verjaringstermijn van één jaar in, zonder dat de vordering evenwel vóór de vervaldag van de initiële verjaringstermijn kan verjaren.  Indien er dus een verjaringstermijn van vijf jaar loopt en er wordt na twee jaar een aangetekende ingebrekestelling door uw advocaat verzonden, dan zal uw vordering nog steeds slechts na vijf jaar verjaren. Wordt de aangetekende ingebrekestelling verzonden net vóór het verlopen van de vijfjarige verjaringstermijn, dan krijgt u er een termijn van één jaar bij om alsnog uw vordering in rechte te stellen. Het gaat om een eenmalige termijn van één jaar. Indien de door de wet bepaalde verjaringstermijn minder dan één jaar bedraagt, is de duur van de verlenging dezelfde als deze van de verjaringstermijn.

Kimberly Masure

Recent nieuws