Prime Advice for Excellent Performance.

E-News

25 augustus 2016

Het voorrecht van de Franse vervoerder onder de Wet “Gayssot”

De rechtstreekse vordering tot betaling van zijn prestaties ten aanzien van de bestemmeling en de afzender, die garant staat voor de betaling van de prijs van het vervoer, is niet van toepassing bij internationaal vervoer.

De Franse wetgever voerde op 6 februari 1998 de wet “Gayssot” in, met de bedoeling om de Franse vervoerder van goederen over de weg te beschermen tegen de wanbetaling of het faillissement van zijn opdrachtgever.

Deze wet verleent aan de Franse vervoerder een rechtstreekse vordering tot betaling van zijn prestaties ten aanzien van zowel de afzender als de bestemmeling, die garant staan voor de betaling van de prijs van het vervoer. Elke clausule die hiermee strijdig is, wordt voor niet geschreven gehouden, aldus die wet.

Niet zelden zal de Franse vervoerder bij het uitblijven van betaling van diens factuur, pogen betaling te bekomen bij de Franse bestemmeling, klant van de werkelijke opdrachtgever van die Franse vervoerder.

Echter, het CMR-verdrag primeert als internationaal verdrag over het nationaal recht. Daar waar het Franse nationaal recht uitgaat van een driepartijenovereenkomst tussen de afzender, de vervoerder en de bestemmeling van de goederen, gaat het CMR-Verdrag expliciet uit van een overeenkomst tussen enkel de afzender en de vervoerder (artikel 5.1. CMR-verdrag).

Belgische rechtspraak aanvaardt aldus niet dat de afwijkende interne Franse wetgeving van toepassing is bij internationaal vervoer, dat wordt geregeld door het CMR-verdrag.

Benoit Beele

Recent nieuws