Prime Advice for Excellent Performance.

E-News

10 juni 2016

Het Grondwettelijk Hof verklaart de minnelijke schikking in strafzaken ongrondwettig.

Het Openbaar Ministerie kan ook na het instellen van een strafvordering een minnelijke schikking voorstellen, waarbij een verdachte van een misdrijf een bepaalde geldsom dient te betalen en eventueel afstand moet doen van bepaalde goederen, zodat de strafvordering komt te vervallen.

Verdachten krijgen daarmee de kans om hun misdrijven af te kopen.

Sinds de Wet van 14 april 2011 werd de minnelijke schikking in strafzaken nog verder verruimd zodat sindsdien wordt gesproken over de verruimde minnelijke schikking; zowel het materieel als het procedureel toepassingsgebied werd uitgebreid.

Geen recht op minnelijke schikking

Het initiatief tot verval van de strafvordering door het betalen van een geldsom gaat steeds uit van het Openbaar Ministerie. Echter ook de verdachte zelf kan een minnelijke schikking voorstellen. De uiteindelijke beslissingsbevoegdheid ligt bij het Openbaar Ministerie, die autonoom kan beslissen om al dan niet gevolg te geven aan het gedane voorstel van de verdachte.

Een minnelijke schikking kan worden afgesloten tijdens het gerechtelijk onderzoek waarbij de onderzoeksrechter de minnelijke schikking niet kan verhinderen. Het komt dan toe aan de raadkamer en de kamer voor inbeschuldigingstelling om na te gaan of aan de wettelijke voorwaarden van de minnelijke schikking is voldaan.

Ook tijdens de vonnisfase is een minnelijke schikking nog steeds mogelijk. Ook in dat geval gebeurt slechts een loutere formele controle, ditmaal door de vonnisrechter. Een inhoudelijke tussenkomst in de minnelijke schikking door de vonnisrechter is niet mogelijk.

In de zaak die aanleiding heeft gegeven tot voormeld arrest van het Grondwettelijk Hof van 2 juni 2016 weigerde het Openbaar Ministerie in te gaan op een verzoek van de verdachte om een minnelijke schikking toe te kennen. De minnelijke schikking in strafzaken is een gunst, geen recht van de verdachte.

Geen probleem met principe van minnelijke schikking

Het Grondwettelijk Hof kant zich niet tegen het principe van de minnelijke schikking, ook niet na het instellen van de strafvordering. Het Hof aanvaardt ook de vrijheid van het Openbaar Ministerie om al dan niet een minnelijke schikking voor te stellen, zonder dat de verdachte dit kan afdwingen, en dit zonder enige rechterlijke controle.

Strengere inhoudelijke rechterlijke controle

Het Grondwettelijk Hof verlangt daarentegen wel, eens een minnelijke schikking wordt voorgesteld, dat de rechtelijke controle niet louter formeel zou zijn, maar tevens inhoudelijk, onder meer betreffende de proportionaliteit van de minnelijke schikking en de overeengekomen ‘straf’. In de praktijk houdt dit wellicht ook in dat het Openbaar Ministerie haar beslissing tot minnelijke schikking uitgebreider zal moeten motiveren.

Aan de reeds bekrachtigde minnelijke schikkingen zal niet worden geraakt, het Grondwettelijk Hof handhaaft daarmee de gevolgen van de bepalingen tot op de publicatie van het arrest in het Belgisch Staatsblad.

De Minister van Justitie kondigde alvast aan de wet te zullen aanpassen.

Iris Verrue

Recent nieuws