Prime Advice for Excellent Performance.

E-News

10 oktober 2015

Het besturen van een prioritair voertuig betekent niet dat alles mag / kan.

Artikel 37 van de Wegcode bepaalt dat prioritaire voertuigen zijn uitgerust met één of meerdere blauwe knipperlichten en een speciaal geluidstoestel. De blauwe knipperlichten moeten gebruikt worden wanneer dit prioritair voertuig een dringende opdracht uitvoert. Ze mogen gebruikt worden bij de uitvoering van elke andere opdracht. Het speciaal geluidstoestel mag slechts gebruikt worden wanneer het prioritair voertuig een dringende opdracht uitvoert.

Wanneer het verkeer door verkeerslichten wordt geregeld mag het prioritair voertuig dat het speciaal geluidstoestel gebruikt, het rood licht voorbijrijden na te hebben gestopt en op voorwaarde dat zulks geen gevaar voor de andere weggebruikers oplevert.

Anderzijds dient elke weggebruiker, van zodra het speciaal geluidstoestel het naderen van een prioritair voertuig aankondigt, onmiddellijk de doorgang vrij te maken en voorrang te verlenen aan dit prioritair voertuig. Zo nodig dient hij te stoppen.

Een prioritair voertuig dat het speciaal geluidstoestel gebruikt, en a fortiori ook de blauwe knipperlichten, mag dus het rood licht voorbijrijden.

Hierbij dient echter voorafgaandelijk aan twee voorwaarden te zijn voldaan.

Vooreerst dient het prioritair voertuig voor het rood licht verplicht te stoppen (enkel sterk vertragen volstaat niet). Ten tweede mag het de verkeerslichten enkel voorbijrijden indien dat geen gevaar betekent voor de andere weggebruikers.

De verplichting om de andere weggebruikers niet in gevaar te brengen geldt niet alleen ten aanzien van die andere weggebruikers die de doorgang hebben vrijgemaakt en voorrang hebben verleend aan het prioritair voertuig. Of, met andere woorden, de andere weggebruikers behouden al hun rechten voortvloeiende uit de bepalingen van de Wegcode.

Anderzijds geniet het prioritair voertuig dat het speciaal geluidstoestel voert van het voorrecht dat elke andere weggebruiker die dit hoort onmiddellijk zijn doorgang dient vrij te maken en voorrang dient te verlenen. Desgevallend dient hij te stoppen.

Echter moeten de prioritaire voertuigen wel alle andere regels van de Wegcode naleven. De chauffeurs van dergelijke voertuigen genieten dus van geen andere voorrechten. Zo dient een chauffeur van een prioritair voertuig dat de blauwe knipperlichten en het speciaal geluidstoestel voert, vooraleer hij links afslaat, zich ervan te vergewissen dat hij dit kan doen zonder gevaar en in bijzonder dient na te gaan dat de weg over een voldoende afstand vrij is om elk risico op een ongeval te vermijden.

Met andere woorden dienen de bestuurders van prioritaire voertuigen de regels van de Wegcode na te leven en mogen zij geen fouten, onder meer overtredingen tegen de Wegcode, begaan.

Frederic Busschaert

Recent nieuws