Prime Advice for Excellent Performance.

E-News

12 november 2014

Chauffeur en tegelijk zwakke weggebruiker, een (on)mogelijke combinatie?

Vanaf midden de jaren '60 groeide het idee, ingevolge het steeds toenemend aantal motorvoertuigen, te voorzien in een betere bescherming van de niet gemotoriseerde, de zogenaamde “zwakke weggebruiker”.

Pas in 1994 (met een repartiewet in 1995) werd dit in een wet gefinaliseerd die dan nog grotendeels tot stand kwam ingevolge het zoeken naar een (weliswaar zeer gedeeltelijke) oplossing voor het deficit in de sociale zekerheid.

Deze wet, die doorgaans “Artikel 29 bis” (van de WAM-wet/wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen) wordt genoemd voorziet in de automatische schadeloosstelling van de zwakke weggebruikers ten laste van de verzekeraar die de aansprakelijkheid dekt van het in het ongeval betrokken motorrijtuig. Er is enkel vereist dat de letsels het gevolg zijn van een verkeersongeval waarbij een motorrijtuig is betrokken. De term betrokkenheid wordt ruim geïnterpreteerd of met andere woorden het is voldoende dat het voertuig een rol heeft gespeeld bij het tot stand komen van het ongeval. Bij betrokkenheid van meerdere voertuigen zijn de verzekeraars solidair gehouden.

Met zwakke weggebruikers worden voornamelijk de fietsers, de voetgangers en de passagiers bedoeld. De chauffeurs/bestuurders van motorvoertuigen worden dus niet vergoed.

Volgende casus doet zich voor:

Chauffeur X rijdt zijn voertuig uit de garage van zijn woning een hellend vlak op. Eenmaal op het hellend vlak stapt hij uit zijn voertuig om de garagepoort te sluiten. Blijkbaar vergeet hij de handrem voldoende aan te trekken zodat zijn voertuig achteruit bolt. Hij raakt gekneld tussen de achterkant van zijn voertuig en de garagepoort en wordt ernstig gekwetst.

De vraag stelt zich of voormelde chauffeur in aanmerking komt voor vergoeding in het kader van art. 29 bis als zwakke weggebruiker en dit via de verzekeraar van het door hem bestuurde voertuig.

Op eerste zicht lijkt het antwoord negatief. Een chauffeur/bestuurder kan nooit in aanmerking komen voor vergoeding als zwakke weggebruiker. De term “bestuurder” moet worden opgevat in die zin dat het de persoon betreft die op het ogenblik van het ongeval de controle over een motorrijtuig uitoefende. Het begrip bestuurder in art. 29 bis WAM-wet is ruimer dan diegene die het stuurwiel hanteert. Bij het besturen van voertuig gaat het om de manipulatie van de functies die de bewegende kracht van het voertuig bepalen of beïnvloeden ongeacht of het voertuig al dan niet in beweging wordt gezet. Daarbij moet een zekere controle over het motorrijtuig worden uitgeoefend. Deze controle zal blijken uit het feit van het manipuleren van het stuurwiel en de pedalen en op die manier aanwenden van de motorkracht. Chauffeur X zou dus niet in aanmerking komen voor enige vergoeding in het kader van art. 29 bis.

Echter heeft de rechtsleer en de rechtspraak sinds het in voege treden van voormelde wet de invulling van het begrip bestuurder in het kader van art. 29 bis genuanceerd en gesteld dat dit in elk geval niet identiek is aan het begrip bestuurder zoals voorzien in het kader van de verplichte autoverzekering.

In de rechtspraak werd reeds geoordeeld dat hij die zijn wagen verlaat en verpletterd wordt tussen de wagen en de garagepoort niet meer als chauffeur/bestuurder kan worden beschouwd en dienvolgens voor vergoeding in het kader van art. 29 bis in aanmerking komt. Evenzeer werd geoordeeld dat de bestuurder van een bus die uitstapt nadat hij zijn voertuig tot stilstand heeft gebracht als zwakke weggebruiker kan worden beschouwd.

Samengevat, in dergelijke gevallen loont het zeker de moeite als slachtoffer een poging te ondernemen om van zijn eigen autoverzekering vergoeding te bekomen voor de opgelopen letsels. Zo niet, dreigt men in de kou te blijven staan voor de geleden schade.

Frederic Busschaert

Recent nieuws