Prime Advice for Excellent Performance.

E-News

17 oktober 2014

Motiveringsplicht bij ontslag

Het is aangewezen om steeds elk ontslag te motiveren en de personeelsdossiers zo gestoffeerd mogelijk te houden en de tekortkomingen, waarschuwingen enz. op papier vast te leggen. Op die manier zal de concrete reden van elk ontslag kunnen worden voorzien van ondersteunende stukken en argumenten.

In het kader van de eenmaking van het arbeiders- en bediendenstatuut (Wet Eeenheidsstatuut) wordt de discriminatoire toestand tussen bedienden en arbeiders nu rechtgetrokken door CAO nr. 109. Voorheen werd er geen algemene motiveringsplicht voorzien bij ontslag. Enkel arbeiders met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur konden zich wenden tot artikel 63 Arbeidsovereenkomstenwet om een “willekeurig” ontslag aan te vechten. Bedienden hadden daarentegen geen specifieke regeling en moesten zich wenden tot de civielrechtelijke theorie van ‘rechtsmisbruik’, waarbij fout, schade en oorzakelijk verband bewezen moesten worden.

Tot en met 31 maart 2014 en voor de ontslagen gegeven of betekend tot en met die datum konden arbeiders zich beroepen op de in artikel 63 van de Arbeidsovereenkomstenwet bepaalde regeling van het willekeurig ontslag met als sanctie een schadevergoeding van 6 maanden brutoloon te betalen door de werkgever.

Vanaf 1 april 2014 hield artikel 63 Arbeidsovereenkomstenwet op van toepassing te zijn voor de meeste sectoren. Echter vallen de werknemers uit de bouwsector en zij die tewerkgesteld zijn op mobiele werkplaatsen wel nog buiten het toepassingsgebied van deze cao. Voor hen blijft artikel 63 wel van toepassing en blijft een gemotiveerd ontslag en een onderbouwd dossier belangrijk teneinde schadevergoedingen te vermijden.

De cao nr. 109 bevat twee krachtlijnen. Enerzijds hebben alle werknemers verbonden met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur nu het recht om de concrete redenen die tot het ontslag hebben geleid te kennen. Anderzijds kunnen zowel arbeiders als bedienden een schadevergoeding bekomen wegens een kennelijk onredelijk ontslag.

Een kennelijk onredelijk ontslag betreft “een ontslag van een werknemer die is aangeworven voor onbepaalde tijd, dat gebaseerd is op redenen die geen verband houden met de geschiktheid of het gedrag van de werknemer of die niet berusten op de noodwendigheden inzake de werking van de onderneming, de instelling of de dienst en waartoe nooit beslist zou zijn door een normale en redelijke werkgever”.

Indien de werknemer het ontslag aanvecht en de rechter besluit dat er sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag, dan moet de werkgever een schadevergoeding van minimum 3 weken en maximaal 17 weken loon aan de werknemer betalen.

Het is dus van belang de ontslagbeslissing afdoende te motiveren, niet alleen wegens het feit dat het Belgische ontslagrecht een groot aantal vormen van ontslagbescherming kent, maar ook gelet op deze nieuwe regelgeving die een veralgemeende motiveringsplicht heeft ingevoerd. U kunt uw motief bewijzen met om het even welk bewijsmiddel, ook getuigen. Beschikt u ook over een schriftelijk bewijs zoals bv. een aanmaning, dan bent u in principe redelijk gerust.

Let wel, hogervermelde regeling aangaande de motiveringsplicht is niet van toepassing bij een ontslag om dringende reden. Bij een ontslag om dringende reden moet het ontslag volgen binnen de drie werkdagen nadat de zware feiten bekend werden (art. 35, lid 4 Arbeidsovereenkomstenwet). De kennisgeving van de redenen dient nog steeds te gebeuren binnen de 3 werkdagen na de dag van het ontslag met heel nauwkeurige vermelding van de motieven en de datum van de feiten middels aangetekend schrijven.

An Deprez

Recent nieuws