Prime Advice for Excellent Performance.

E-News

19 juni 2014

Toepassing bestuurlijke lus door Raad voor Vergunningsbetwistingen vernietigd door Grondwettelijk Hof

De Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvvB) is het administratieve rechtscollege waarbij beroep kan worden aangetekend tegen vergunningsbeslissingen betreffende het afleveren of weigeren van een stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning, valideringsbeslissingen en registratiebeslissingen.

Voor beroepen ingesteld vanaf 1 september 2012 geldt ingevolge het Vlaams decreet van 6 juli 2012 een nieuwe procedure voor de RvvB. Een van deze nieuwigheden betrof de mogelijkheid voor de RvvB om de vergunningverlenende overheid in elke stand van het geding met een tussenuitspraak de mogelijkheid bieden om binnen de termijn die de Raad bepaalt een onregelmatigheid in de bestreden beslissing te herstellen of te laten herstellen, tenzij belanghebbenden daardoor onevenredig kunnen worden benadeeld. De overheid dient vervolgens binnen een door de RvvB bepaalde termijn mede te delen of deze de onregelmatigheid wenst te herstellen en in bevestigend geval binnen de hersteltermijn mede te delen op welke manier de onregelmatigheid werd hersteld. Daarop krijgen de overige in het geding zijnde partijen de mogelijkheid om schriftelijk hun zienswijze te laten kennen over de wijze waarop de onregelmatigheid zou zijn hersteld.

Deze techniek wordt de ‘bestuurlijke lus’ genoemd. Het doel van de bestuurlijke lus bestaat erin een vereenvoudigde behandeling te creëren, waardoor de duur van de procedures kan worden ingekort om alzo tijdwinst te boeken. Ook worden nieuwe procedures vermeden in het geval de RvvB een beslissing dient te vernietigen op basis van een herstelbare onregelmatigheid zonder zich uit te kunnen spreken over de overige middelen. Tot slot beoogt de decretale wetgever door de maatregelen meer rechtszekerheid te bieden.

Desalniettemin besloot het Grondwettelijk Hof bij arrest op 8 mei 2014 de bepalingen omtrent de bestuurlijke lus (meer bepaald art. 4.8.4. VCRO en art. 4.8.28 §2, 3e lid VCRO) te vernietigen en wel om volgende redenen.

Vooreerst oordeelt het Hof dat de techniek van de bestuurlijke lus afbreuk doet aan het beginsel van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter, zodat afbreuk wordt gedaan aan de scheiding der machten. Immers krijgt overheid de keuze of zij de onregelmatigheid wenst te herstellen of niet. Op deze manier kan het vergunningverlenende bestuursorgaan meedelen geen gebruik te maken van de mogelijkheid tot herstel van een onregelmatigheid en zo een invloed hebben op de eindbeslissing in de procedure voor de RvvB, gezien deze wellicht de nietigheid van de vergunningsbeslissing zal moeten uitspreken op basis van de desbetreffende onregelmatigheid.

Ten tweede schendt de regeling omtrent de bestuurlijke lus de rechten van verdediging, het recht op tegenspraak en het recht op toegang tot een rechter door niet te voorzien in een op tegenspraak gevoerd debat over de mogelijkheid tot toepassing van de bestuurlijke lus, en door niet te voorzien in een mogelijkheid tot hoger beroep tegen de tussenbeslissing die met toepassing van de bestuurlijke lus is genomen.

Ten derde schendt de toepassing van de bestuurlijke lus eveneens de formele motiveringsverplichting doordat de wetgeving het betrokken bestuursorgaan een individuele bestuurshandeling toestaat die pas na toepassing van de bestuurlijke lus van de vereiste motivering wordt voorzien.

Tot slot acht het Hof ook artikel 4.8.28. §2, 3e lid VCRO strijdig voor zover dit artikel betrekking heeft op de bestuurlijke lus (en dus niet op de bemiddeling vervat in artikel 4.8.5 VCRO). Krachtens dit artikel legt de RvvB in zijn uitspraak het geheel of een deel van de kosten ten laste van de partij die ten gronde in het ongelijk wordt gesteld. Wanneer het beroep echter gebaseerd is op een onregelmatigheid, en deze onregelmatigheid wordt hersteld middels de toepassing van de bestuurlijke lus, heeft dit rechtstreeks als gevolg dat de verzoekende partij in het ongelijk wordt gesteld en tot de kosten wordt veroordeeld. Op deze manier wordt afbreuk gedaan aan het recht op gelijke toegang tot de rechter.

Gelet op bovenstaande wijst het Grondwettelijk Hof de gehele toepassing van de bestuurlijke lus voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen naar de prullenmand. Vraag is uiteraard wat voor invloed dit arrest heeft op de procedure voor de Raad van State, nu sinds 1 maart 2014 ook daar in de procedure de mogelijkheid tot een bestuurlijke lus werd voorzien (zie ons nieuwsartikel op 4 juni 2014).

Hoewel de bestuurlijke lus voor de Raad van State op dezelfde principes rust als deze voor de RvvB, tekenen zich toch een aantal belangrijke verschillen af. Belangrijk is bijvoorbeeld dat de bestuurlijke lus enkel kan worden toegepast nadat de verwerende partijen de mogelijkheid worden geboden hun opmerkingen te laten kennen. Dit hangt nauw samen met de voorwaarde dat de bestuurlijke lus enkel kan worden toegepast indien de Raad geen andere onregelmatigheden vaststelt waarvoor de bestuurlijke lus niet kan worden toegepast, wat uiteraard een onderzoek vereist naar alle middelen die door de verzoekende partij worden voorgelegd.

Ook in de tekst van het decreet betreffende de omgevingsvergunning – op 23 april 2014 aangenomen, doch nog niet gepubliceerd – werd een administratieve lus opgenomen. Het wordt de  vergunningsaanvrager toegestaan om na het openbaar onderzoek of tijdens de administratieve beroepsprocedure nog wijzigingen aan de vergunningsaanvraag aan te brengen. Dit gebeurt aldus niet in de gerechtelijke, maar wel de bestuurlijke procedure.

Gezien de bestuurlijke lus voor de Raad van State, alsook de administratieve lus in het kader van de omgevingsvergunning niet volledig kan worden gelijkgeschakeld met de bestuurlijke lus voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen, valt het aldus af te wachten welke consequenties het arrest van het Grondwettelijk Hof met zich meebrengt. Wij volgen alvast verder voor u op hoe het deze en andere ‘lussen’ vergaat.

Kimberly Masure

Recent nieuws