Prime Advice for Excellent Performance.

E-News

27 januari 2014

Berekening van de opzeggingsvergoeding op het voltijds dan wel op het deeltijds loon

De algemene regel bij ontslag van een werknemer die zijn arbeidsprestaties heeft verminderd, is dat de opzeggingsvergoeding berekend wordt aan de hand van het deeltijds loon.

In de rechtspraak wordt die lijn doorgetrokken voor zij die loopbaanonderbreking nemen. Tijdens de periode van verminderde arbeidsprestaties wegens een « loopbaanonderbreking in de ruime zin », is de loontrekkende verbonden door een deeltijdse arbeidsovereenkomst. Met betrekking tot het bedrag van de vergoeding die verschuldigd is in geval van ontslag zonder opzegging zouden derhalve de regels moeten worden toegepast die eigen zijn aan de deeltijdse arbeidsovereenkomsten.

De rechtspraak had echter reeds uitzonderingen op deze regel voorzien voor ouderschapsverlof en deeltijdse werkhervatting na arbeidsongeschiktheid. In deze situaties werd geoordeeld dat het bedrag van de opzeggingsvergoeding wordt berekend op basis van de bezoldiging waarop de werknemer krachtens zijn arbeidsovereenkomst recht zou hebben gehad indien hij zijn prestaties niet had verminderd.

Het Grondwettelijk Hof heeft in een arrest van 5 december 2013 een bijkomende uitzondering voorzien bij palliatief verlof.

Een werkneemster bij de Landsbond van Liberale Mutualiteiten werd ontslagen. Haar werkgever betaalde haar een verbrekingsvergoeding berekend op basis van het lager loon dat zij ontving wegens palliatief verlof. De werkneemster was het hiermee niet eens en stelde dat het « lopende loon » dat in overweging moet worden genomen dat is wat met voltijdse prestaties is verbonden, en niet met deeltijdse prestaties gelet op de verminderde prestaties die als verlof voor palliatieve verzorging aan haar waren toegekend.

De werkneemster vond dat het verlof voor palliatieve verzorging een op zijn minst even gunstige
behandeling verdient als het ouderschapsverlof, ook al is het in tegensteling met dat laatste niet wettelijk geregeld.

Aan het Grondwettelijk Hof werd de vraag gesteld of er sprake is van een discriminatie daar twee categorieën van personen die zich in merkelijk verschillende situaties bevinden op dezelfde wijze worden behandeld, namelijk, enerzijds, de werknemer die een loopbaanonderbreking geniet om individuele redenen, waarvan hij de persoonlijke gepastheid beoordeelt en op een door hem gekozen ogenblik, en, anderzijds, de werknemer die zijn prestaties vermindert in geval van palliatieve verzorging, dit wil zeggen om redenen die losstaan van zijn persoon, en die hem worden opgelegd om redenen van menselijkheid en menselijke waardigheid en waarvoor het verlof niet in de tijd kan worden uitgesteld.

Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat er inderdaad sprake is van een schending van de Grondwet wanneer de werknemer die zijn arbeidsprestaties heeft verminderd om redenen van palliatieve verzorging, alleen recht heeft op een compenserende opzeggingsvergoeding waarvan het bedrag wordt berekend op basis van het loon dat overeenstemt met de verminderde arbeidsprestaties.

Dit arrest maant aan tot voorzichtigheid in geval u een werknemer met tijdskrediet wenst te ontslaan. De meerderheid van de rechtspraak oordeelt dat in dat geval de opzeggingsvergoeding berekend moet worden op basis van het deeltijds loon. Echter zal het arrest van het Grondwettelijk Hof van 5 december 2013 gretig aangehaald worden door de minderheidsrechtspraak. Het is dan ook aan te bevelen met de betrokken werknemer een dading te sluiten over het bedrag van de opzeggingsvergoeding.

An Deprez

Recent nieuws