Prime Advice for Excellent Performance.

E-News

7 december 2013

Vanaf 1 oktober 2013 RSZ op bijna alle beëindigingsvergoedingen

Vanaf 1 oktober 2013 worden bijna alle vergoedingen bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst  onderworpen aan sociale zekerheidsbijdragen. Dit is het gevolg van een Koninklijk Besluit van 24 september 2013 en vormt één van de antifraudemaatregelen van de regering Di Rupo. Een gedeelte van de verbrekingsvergoeding wordt in de praktijk immers vaak omgezet in allerlei schadevergoedingen waarop geen RSZ-bijdragen worden betaald. Dit KB stelt nu paal en perk aan die praktijk. Een overzicht.

Situatie vóór 1 oktober 2013

Vóór 1 oktober 2013 waren veel beëindigingsvergoedingen vrijgesteld van sociale zekerheidsbijdragen. Zo waren geen RSZ-bijdragen verschuldigd op:

  • de uitwinningsvergoedingen van handelsvertegenwoordigers;
  • de schadevergoedingen die een werkgever verschuldigd is wanneer hij zijn wettelijke, contractuele of statutaire verplichtingen niet nakomt (bijv. de vergoeding bij willekeurig ontslag of bij een onrechtmatig ontslag van een zwangere werkneemster);
  • de vergoeding in functie van een niet-concurrentiebeding onderhandeld ná het einde van de arbeidsovereenkomst.

Op volgende vergoedingen waren reeds vóór 1 oktober 2013 wel sociale zekerheidsvergoedingen verschuldigd:

  • de onregelmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever (verbrekingsvergoeding);
  • de beëindiging van de arbeidsovereenkomst in gemeenschappelijk akkoord;
  • de eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor syndicale afgevaardigden;
  • de eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor personeelsafgevaardigden.

In de praktijk werd daarom vaak een gedeelte van de verbrekingsvergoeding omgezet in een (schade)vergoeding waarop geen RSZ-bijdragen worden betaald.

Situatie vanaf 1 oktober 2013

Vanaf 1 oktober 2013 echter wordt het loonbegrip, dat als basis geldt voor de berekening van RSZ-bijdragen, verruimd. Daardoor zijn volgende beëindigingsvergoedingen niet langer vrijgesteld van sociale zekerheidsbijdragen:

  • de uitwinningsvergoedingen van handelsvertegenwoordigers;
  • de schadevergoeding verschuldigd door een werkgever bij niet-nakoming van zijn wettelijke, contractuele of statutaire verplichtingen;
  • de vergoedingen krachtens een beding van niet-mededinging dat wordt overeengekomen binnen een termijn van 12 maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst.

Zijn wel nog uitgesloten uit het loonbegrip voor de heffing van sociale zekerheidsbijdragen:

  • de sluitingsvergoeding ten belope van het bedrag dat is vastgesteld door de Sluitingswet van 26 juni 2002 (dit was reeds vóór 1 oktober 2013 uitgesloten van RSZ-bijdragen);
  • de vergoeding wegens collectief ontslag;
  • de vergoeding wegens willekeurig ontslag op voorwaarde dat dit recht ontstaan is vóór 1 januari 2014.

Los van het eenheidsstatuut dreigt het ontslaan van werknemers dus aanzienlijk duurder te worden…

Justine Kindt

Recent nieuws